Inloggen

Examenreglement (stand 2025)

Artikel 1. Het certificaat

• Een door de NVVGP gecertificeerde gebitsverzorger heeft met goed gevolg en in deze volgorde afgelegd: Het theorie-examen (ook wel theorietoets genoemd), de
praktijkexamens deel 1 en deel 2.
• Deelname aan deze examens is alleen voor leden van de NVVGP mits de contributie en het examengeld voorafgaande aan het examen zijn betaald.
• Het certificaat is geldig gedurende het lopende lidmaatschap.

Artikel 2: het theorie examen

De te examineren stof staat vermeld in het spoorboekje dat te downloaden is op de website van de NVVGP. Het examen wordt minimaal één keer per jaar georganiseerd en de antwoorden worden door 2 examinatoren beoordeeld. Het examen bestaat uit 50 open en meerkeuze vragen en is met goed gevolg afgelegd wanneer minimaal 85% van de vragen correct is beantwoord.

Artikel 3. Het praktijkexamen deel 1

• Als het theorie-examen met goed gevolg is afgelegd, kan een NVVGP-lid zich inschrijven voor het praktijkexamen deel 1.
• Het praktijkexamen deel 1 wordt minimaal één keer per jaar georganiseerd mits er
minimaal 4 kandidaten zijn.
• De kandidaten krijgen voorafgaande aan het examen een korte briefing door (één van) de examinatoren en er is de gelegenheid om vragen te stellen.
• Vervolgens beoordelen de kandidaten 4 schedels en 4 kadaver-hoofden. Genoteerd worden de leeftijd en de afwijkingen (in terminologie van het theorie-examen). De tijd per schedel, inclusief het opschrijven en de tijd nodig voor verplaatsen, bedraagt 15 minuten.
De kandidaat moet een voldoende scoren op de beschrijving van zes van de acht schedels om dit examen met goed gevolg te hebben afgelegd.
• Per ronde kunnen maximaal 8 kandidaten deelnemen; er zijn maximaal 2 rondes per dag, dus maximaal 16 kandidaten per examen. De antwoorden worden door 2 examinatoren gezamenlijk beoordeeld.

Artikel 4. Toegelaten voor het praktijkexamen deel 2 zijn deelnemers welke

• Lid zijn van de NVVGP en het lidmaatschapsgeld voldaan hebben.
• Het theorie-examen en het praktijkexamen deel 1 met voldoende resultaat hebben
afgesloten.
• De leeftijd van 18 jaar of ouder hebben.
• Een beroepsaansprakelijkheidsverzekering hebben.

Artikel 5. Het praktijkexamen deel 2 – organisatie

• Het praktijkexamen deel 2 wordt minimaal één keer per jaar georganiseerd mits er
minimaal 4 kandidaten zijn.
• Er worden minimaal 4 en maximaal 8 kandidaten per examendag getoetst.
• De paarden voor het examen worden van tevoren door de examinatoren geselecteerd en de gebitten van de paarden worden van tevoren in kaart gebracht. Het paard moet geschikt worden geacht voor het examen. Een geschikt paard heeft een gebit dat niet te makkelijk en niet te moeilijk mag zijn om te corrigeren. Het gebit moet na de behandeling functioneel duidelijk verbeterd zijn. D.w.z. verbetering van balans, occlusie en passieve bewegingen. Mocht het maximale niet haalbaar zijn, dan moet (mondeling aan de omloop en/of schriftelijk op het behandelformulier) worden toegelicht waarom dat zo is en wanneer het paard weer voor een volgende behandeling terug moet komen. Hetzelfde geldt voor de occlusie. Indien de occlusie verminderd is, moet duidelijk worden toegelicht wat daarvan de reden is.
• Het examen wordt blind afgenomen. De examinatoren zijn niet bij de behandeling tijdens het examen aanwezig en weten niet welke kandidaat welk paard heeft behandeld.
• Tijdens de behandeling van het paard door de kandidaat zijn een supervisor en een omloop aanwezig. De supervisor monitort o.a. de tijd die de kandidaat nodig heeft voor de behandeling en de omloop sedeert de paarden. Beide monitoren het welzijn van de paarden en het horsemanship van de kandidaat tijdens het examen en de algemene gang van zaken.
• De supervisor en de omloop kunnen te allen tijde de behandeling en dus het examen tijdelijk of definitief stil leggen. Bij definitief stoppen is het resultaat van het examen: niet geslaagd. Redenen om het examen stop te zetten zijn bijvoorbeeld: een tweede waarschuwing i.v.m. slecht horsemanship of situaties waarbij ongeoorloofde schade is gemaakt. Indien het paard naar de mening van de supervisor en de omloop onbehandelbaar is, krijgt de kandidaat een nieuw paard aangeboden voor het examen.
• Het stopzetten van de behandeling en daarmee het examen wordt onderbouwd, maar is achteraf niet bediscussieerbaar.
• De kandidaten krijgen voorafgaande aan het examen een korte briefing door de supervisor en/of omloop en er is gelegenheid om vragen te stellen.
• Een paard wordt middels loting aan een kandidaat toegewezen. M.u.v. een
onbehandelbaar paard is er geen bezwaar mogelijk, omdat het gebit van het paard van tevoren door 2 examinatoren is geselecteerd. De supervisor en de omloop bepalen of een paard onbehandelbaar is; niet de kandidaat zelf.
• De kandidaat verricht het klinisch onderzoek aan het toebedeelde en gesedeerde paard en schrijft voor het te behandelen paard een behandelplan. De toegestane tijd hiervoor is 15 minuten, zoals bij het praktijkexamen deel 1.
• De kandidaat geeft aan of het paard eventueel extra gesedeerd moet worden, voordat er aan de behandeling wordt begonnen. Na de eventuele extra sedatie wordt een pauze van vijf minuten in acht genomen; de kandidaat geeft aan wanneer de behandeling wordt gestart. Bij het eventueel nadoseren wordt de tijd ook 5 minuten stopgezet.
• De kandidaat krijgt 60 minuten om het paard te behandelen volgens zijn/haar
behandelplan. Op verzoek van de kandidaat kan daar maximaal 15 minuten tijd bij komen; dit wordt wel meegenomen bij de beoordeling.
• De kandidaat voert de behandeling uit met zijn/haar eigen apparatuur.
• Als de kandidaat iemand nodig heeft die het paard vasthoudt tijdens de behandeling moet hij/zij daarvoor een eigen helper meenemen.
• Het praktijkexamen deel 2 is maatwerk (paarden en omstandigheden zijn geen constante factor). De examinatoren hebben daarom de mogelijkheid om van bovenstaande gang van zaken af te wijken als dat in alle redelijkheid noodzakelijk wordt geacht. Dit gebeurt in samenspraak met en na goedkeuring van de supervisor.

Artikel 6. Het onderzoek en het schrijven van een behandelplan

• De resultaten van het onderzoek en het behandelplan worden genoteerd op de
“Gebitskaart Praktijkexamen deel 2”.
• Uit het verslag moet duidelijk op te maken zijn wat de afwijkingen zijn en waar het gebit gecorrigeerd dient te worden. Het gaat om de essentie van de afwijkingen, niet om de kleine details. Met de essentie van het gebit wordt bedoeld wat de beperkende factor(en) is/zijn voor een functioneel gebit. Tevens dient de leeftijd van het paard geschat te worden. Marge bij een leeftijd van 5 to15 jaar: 2 jaar; marge bij een leeftijd van 15 tot 20 jaar: 3 jaar. De kandidaat dient zelf te zien dat de leeftijd vanwege een stalondeugd niet is in te schatten aan de hand van het gebit en dient dit ook als zodanig te vermelden.

Artikel 7. Beoordeling van de behandelde paarden

• Het examen bestaat uit meerdere onderdelen en elk onderdeel moet als voldoende
beoordeeld zijn om te slagen. Deze onderdelen zijn: passieve bewegingen, balans,
occlusie, beschadigende elementen (elementen die weke delen beschadigen moeten
voldoende gecorrigeerd zijn) en verslag. De focus ligt op een functionele verbetering van het gebit. Indien het gebit na afloop van het examen moet worden gecorrigeerd, is de uitslag van het examen definitief niet geslaagd.
• Beide examinatoren beoordelen los van elkaar het behandelde paard. De bevindingen worden op één beoordelingskaart vastgelegd.
• Deze beoordeling moet volledig separaat en enkel in aanwezigheid van beide
examinatoren plaats vinden, zodat er voor de examinatoren voldoende gelegenheid is voor overleg na de individuele beoordeling.
• Er wordt gebruik gemaakt van de meest recente versie van de beoordelingskaart
praktijkexamen deel 2.
• Om te slagen moet het resultaat door beide examinatoren afzonderlijk als ‘voldoende’ beoordeeld zijn.
• Het praktijkexamen deel 2 is maatwerk (paarden en omstandigheden zijn geen constante factor). De examinatoren hebben daarom de mogelijkheid om van bovenstaande gang van zaken af te wijken als dat in alle redelijkheid noodzakelijk wordt geacht. Dit gebeurt in samenspraak met en goedkeuring van de supervisor.

Artikel 8a. De examinatoren

• Zijn lid van de NVVGP.
• Nieuwe kandidaat examinatoren kunnen solliciteren. De examencommissieleden maken een selectie en de geselecteerde kandidaat/daten wordt/worden door de examencommissie in samenspraak met het bestuur benoemd.
• De nieuwe examinatoren moeten gecertificeerd zijn bij de NVVGP, hebben minimaal 5 jaar ervaring en hebben minimaal 1 terugkomdag van de examencommissie bijgewoond. Een nieuwe examinator moet elk examen minimaal één keer hebben meegelopen voordat
hij/zij zelfstandig mag examineren.
• Toekomstige examinatoren zijn niet met elkaar verbonden als partner en/of directe collega.
• Alle examinatoren volgen minimaal één keer per twee jaar een gezamenlijke
terugkomdag. Het doel van deze bijeenkomst is om de uniformiteit van het examineren te waarborgen. Het systeem van examineren wordt bij elke terugkomdag geëvalueerd en zo nodig aangepast. Daarvoor moet consensus zijn binnen de gehele examencommissie. Van elke terugkomdag worden notulen gemaakt.
• Nieuwe leden van de examencommissie worden na de inwerkperiode van 2 jaar voor een periode van 10 jaar benoemd tot commissielid, met inachtneming van de genoemde voorwaarden. De benoemingsperiode kan eenmaal met 5 jaar verlengd worden, dit in overleg met het bestuur.

Artikel 8b. De supervisor tijdens praktijkexamen deel 2

• Is lid van de examencommissie.
• Monitort de procedure van het examen.
• Houdt per paard het tijdschema van het examen bij en noteert de toegediende
sedatiemiddelen (middel, tijdstip, dosering).
• Monitort samen met de omloop het dierenwelzijn van de paarden tijdens het examen en kan en mag kandidaten daarop aanspreken wanneer dat in het gedrang komt.
• Beoordeelt samen met de omloop het horsemanship van de kandidaat en kan en mag de kandidaten daarop aanspreken wanneer dat tekortschiet.
• Is aanspreekpunt voor de aanwezige examinatoren, indien examen om maatwerk vraagt en er in gezamenlijkheid een afwijkende beslissing genomen wordt.
• Is het aanspreekpunt voor het indienen van een beroep als de kandidaat het niet eens is met de gevolgde procedure tijdens het examen.
Artikel 8c. De omloop tijdens praktijkexamen deel 2
• Is lid van de examencommissie of een NVVGP-gecertificeerde dierenarts die lid is van het bestuur.
• Sedeert de paarden tijdens het examen.
• Monitort samen met de supervisor het dierenwelzijn van de paarden tijdens het examen en kan en mag kandidaten daarop aanspreken wanneer dat in het gedrang komt.
• Beoordeelt samen met de supervisor het horsemanship van de kandidaat en kan en mag de kandidaten daarop aanspreken wanneer dat tekortschiet.
• Corrigeert de gebitten na het examen indien nodig. Dit wordt op het beoordelingsformulier vermeld.

Artikel 9. Het eindresultaat

• De uitslag van het examen is bindend.
• Met een positief eindresultaat van praktijkexamen deel 2 is het NVVGP-certificaat
behaald.
• Op de website van de NVVGP zal daarna vermeld worden dat het betreffende lid
NVVGP-gecertificeerd is.

Artikel 10. De herkansing

• Een examen met onvoldoende resultaat, kan herkanst worden.
• Het herexamen kan minimaal 4 maanden na de datum van het praktijkexamen deel 2, waarvoor de kandidaat gezakt is, plaatsvinden.
• Voor een herexamen wordt geen extra mogelijkheid geschapen dan het eerstvolgende examen. De plaatsing van de kandidaten is op volgorde van inschrijving. De kandidaat is zelf verantwoordelijk voor de inschrijving voor het (her)examen.

Artikel 11. Beroep

• Is de kandidaat het niet eens met de gang van zaken dan kan hij/zij beroep aantekenen.
• Er kan alleen beroep aangetekend worden over procedurele zaken en niet over de uitslag van het examen.
• Een beroep moet binnen 5 werkdagen na het examen schriftelijk of per email worden ingediend bij de supervisor welke aanwezig was bij het afgelegde examen van de kandidaat. Deze beoordeelt vervolgens na overleg met beide examinatoren of er procedurefouten zijn gemaakt tijdens het examen van de betreffende kandidaat.
• De supervisor zal met een schriftelijk eindoordeel komen. Dit oordeel is bindend. Het bestuur zal in kennis gesteld worden van bezwaar en besluitvorming.